In memoriam

Er zijn heel veel beginnetjes van deze tekst. Een plechtige voor bij je grafje. Een liefdevol bericht voor op Facebook. Drie vellen aantekeningen voor je levensloop. Een hartverscheurend eerlijke brief die ik met je in t laken zou wikkelen. Krabbels voor mijn yogablog met 10 Lessen van Willem, waarvan “steek altijd je armen en benen horizontaal naar buiten als iemand je oppakt” mijn favoriet was. Hoewel misschien niet per se de nuttigste.

Wat al die dappere pogingen mij duidelijk maken is hoeveel je voor mij betekent. Meer nog dan ik mij in 10 jaar lief en leed heb gerealiseerd. En zoals ik mij altijd gelukkig heb geprezen dat ik in de luxe positie was dat ik zowel de tijd als t geld had je de allerbeste zorg te geven – met hulp van dokter Eelco die zowel financieel als medisch altijd het beste met ons voorhad – zo ben ik nu dankbaar dat ik een week vrij kon nemen om afscheid van je te nemen.

Levensloop: Een vriendelijk reusje

We gingen naar het asiel met een duidelijke opdracht: we willen graag katten die er al lang zitten. Dat was jij dus. De mevrouw nam ons mee naar ene “Willem-Alexander” en begon je te aaien waarbij ik goed oplette of haar hand niet werd opgegeten. Ze werd al snel amicaal met je en zei: “Je bent een lieverd he Willem.”
Ze legde uit dat je was overgebleven uit een scheiding. In je inentingsboekje staat dat je jaarlijks werd ingeent, dus er werd wel voor je gezorgd. Je had een tuin gehad maar was nooit daar buiten gegaan. Dus die mevrouw dacht dat je ook wel in een bovenwoning kon met groot balkon.
Ondertussen was Mark al drie keer gestruikeld over een langharig poesje dat consequent kopjes probeerde te geven op zijn achterpootjes, en dan omviel. Dat werd Max. Die was net gecastreerd en pas een paar uur vrij om geadopteerd te worden, maar hij drong zich zo op dat we hem ook maar namen. Ook al zou hij er overduidelijk niet lang zitten.

Max en jij waren verschillend als dag en nacht. Hoewel Mark jullie consequent broertjes noemde, en jullie allebei zwart met wit waren, leken jullie niet op elkaar. Max was klein met lichtgroene amandelvormige ogen, had lang haar, een enigszins onhandige manier van bewegen, en hij was dol op menselijk contact. Jij was groot, met een glanzende vacht, uit één stuk gehouwen, en had ronde gele ogen, wat waarschijnlijk ook de reden was dat je zo lang in t asiel had gezeten en eruit zag alsof je ook kleine kindjes lustte. Ook ik vond je in t begin een beetje eng, maar ondanks dat je erg schuw was, beet je ook thuis bij Mark en mij geen ledematen af. Na een dag hoefden we je eten niet meer onder de bank te komen brengen. Ik weet ook nog de eerste keer dat ik je mocht aaien: je was een paar maanden bij ons en liet je op je zij vallen op de zonnige vloerbedekking in de gang. In lange respectvolle halen mocht ik je glanzende vacht strelen. Ik voelde mij zeer vereerd. Weer later kwam je op schoot en in bed, waar je op Mark wilde liggen. Hij drukte mij bij de transfer jaren later nog op t hart dat ik niet moest vergeten mijn vieze sokken en natte handdoek op de grond te leggen omdat je daar graag op lag. Maar mijn sokken bleek je helemaal niet lekker te vinden, maar aan de natte handdoeken deal heb ik mij gehouden.

Tussen jou en Max, ging het snel beter. Het eerste half jaar negeerden jullie elkaar zo n beetje maar toen kwam Max een keer bij je op de stoel liggen toen je ziek was. Het contact bleef en ontwikkelde zich tot likfeest, waarbij jullie elkaar minutenlang schoonmaakten en daarna tegen elkaar in slaap vielen. Ook werkte je Max wel eens tegen de grond, waarna je hem in zijn nekje beet en achteruit over de grond sleepte. Wat wij oogluikend toestonden zolang je t niet te bont maakte.

Buiten ons kerngezin vertrouwde je niemand. Bij de eerste tekenen van bezoek vluchtte je naar boven. Maar na een jaar bleef je wel vijf hele minuten in de kamer; na twee jaar lag je op de rugleuning; en ik heb een paar keer meegemaakt dat je bij een uitverkorene (altijd man) op schoot ging zitten.

Al die jaren bleef je een autonome kater, die respect afdwong en waar niemand zomaar mee aan de haal ging. Je bewaakte luid miauwend het balkon, en later toen ik een tuin had liep je als een panter schommelend en zelfverzekerd dwars door de open stukken, om vervolgens onder de vele bossages te verdwijnen en er met groene strepen over je gezicht weer uit te komen. Combat Willem.

Ondanks je grootte en je kracht, en je lieve krokodillenogen, was je nooit agressief. Je hebt nooit uitgehaald of geblazen. Als je krabde was dat omdat je tegen je zin werd vastgehouden, en zelfs dan alleen als t echt te lang duurde. Zoals afgelopen maandagochtend, toen ik na lang intern beraad besloot toch het restje diarree van die nacht uit je staart te knippen. Dat duurde lang, er moest ook nog een kammetje aan te pas komen. En in je poging los te komen haalde je teennagel de binnenkant van mijn vinger open.
Ik wist nog niet wat ons te wachten stond, en dat t einde zo dichtbij was, en toch flitste door mijn hoofd: het zou mij niks verbazen als ik die schram langer heb dan jou.
En nu koester ik het. Ik hoop dat het een littekentje wordt.

Sleuteljaar 2009

Het was niet de bedoeling dat je bij mij zou komen wonen. Het was in elk geval niet mijn bedoeling. Toen wij katten namen zei ik tegen Mark: “Prima, maar ze zijn van jou. Jij doet de dokterdingen, en pillen, en als we ooit uit elkaar gaan zijn ze van jou.”
Zo. Dat had ik even mooi afgedekt.
Maar toen we uit elkaar gingen en ik een halve wijk verderop kwam, wilde ik overdag naar jullie. Want jullie zaten alleen en dat was zielig. En zeker in t weekend, waarin jullie soms wel twee dagen alleen waren omdat hij naar zijn nieuwe vriendin ging, vond ik dat ik t volle recht had jullie te bezoeken want we hadden toch besloten dat gedeelde voogdij beter was voor de katjes. Het was in elk geval niet beter voor zijn nieuwe vriendin. Binnen drie maanden bracht Mark jullie met pijn in t hart naar mij. En ineens was t zover: ik was een alleenstaande kattenmoeder die nog nooit in haar leven een kat in een mandje had gestopt. En zeker geen van 8,5 kilo met een spanwijdte van een meter omdat hij al zijn ledematen uitsteekt zodra je hem optilt. Maar dat zou ik heel snel moeten leren want er was storm op komst. Eén die drie jaar door zou woeden:
Je kreeg suikerziekte.

Eerst werd je nierpatient. Dat vond ik al eng, maar daar bleek met een dagelijks klein pilletje, fijngestampt en dan gemixed door een speciaal dieet, heel goed mee te leven. Toen ik van die schrik was bekomen viel de bom; suikerziekte. Dagelijks moest ik insuline spuiten (ieks! naalden!) om precies 8 uur s ochtends. En alleen als je je eten eerst had opgegeten, want anders kreeg je een hypo. En dan maar hopen dat je niet moest overgeven, want dan zou je ook een hypo krijgen. En de eerste week dagelijks bloedprikken om je in te stellen om te zorgen dat je geen hypo’s kreeg. En daarna wekelijks bloedprikken om te kijken of je nog steeds goed was ingesteld en niet alsnog hypo’s kreeg. Ik had een arsenaal spuiten, prikpennen, insulinepotjes en suiker lakmoespapiertjes waar ik de suikerspiegel van half Wolfskuil mee onder controle had kunnen houden.

Omdat het behandelen van suikerziekte toch een beetje God zegene de greep was, en ik besefte dat we naast mijn zorgvuldigheid ook hulp van boven nodig hadden, bedacht ik een ritueeltje.
Iedere ochtend kreeg je je eten, 11 gram brokjes en 58 gram zachtvoer, ik kan de hoeveelheden nog dromen. En dan hield ik een beetje van t zacht voer achter. Geduldig wachtte ik tot je alles gulzig had opgegeten en mij verwachtingsvol aankeek. Dan kreeg je je laatste beetje. En terwijl je dat naar binnen smikkelde gaf ik je je insuline, streelde je nekje en je hoofdje en zei:
“God zegene lieve poesje Willempje”
Er waren twee anderen die konden prikken: Marieke, Maartje en soms haar vriend Henry.
Allemaal hielden ze zich nauwgezet aan de Handleiding voor Max en Willem, waar het insuline spuiten minutieus in stond beschreven.
Zelfs toen je na drie jaar was genezen vroegen ze altijd of ze t nou nog steeds God zegene lieve poesje Willempje moesten zeggen.
Ik heb t tot je laatste ochtend gedaan.

Ik zei wel eens voor de grap dat jij en Max in een vorig leven waarschijnlijk mijn minnaars waren geweest. En dat jullie nu terug waren voor de rest. Zoals zorg, toewijding, iets met onvoorwaardelijke liefde, en death do us part. t Werd bijna symbiotisch: zo goed als t met jullie ging, zo goed ging t met mij. Daarnaast probeerde ik iets van mijn normale mensenleven te maken. Zo maakte ik een keer de voor een yogadocent vrij recalcitrante analyse dat mijn persoonlijke ontwikkelingstools waren 1. Schrijven 2. Mannen en 3. Yoga
Wat een volstrekt verkeerde voorstelling van zaken was.
Het was 1. Willem 2. Max. En dan kwam er een hele tijd niets.
t Feit dat ik al die jaren terug al tegen Mark had gezegd dat wat er ook zou gebeuren jullie in elk geval NIET van mij waren, gaf al aan dat ik wel zag dat jullie t uiterste van mij zouden vragen. Maar ook dat ik van jullie het meeste zou kunnen leren.

Ik heb een theorie over waarom de zorg voor jullie zo fijn voelt: omdat je dan liefde aanmaakt. En voordat ik die op jullie heb afgeknuffeld, rondgekust, en weg verzorgd, stroomt dat eerst door mij, en dan pas naar buiten naar jullie. Dus mijn hart maakte dagelijks twee reuzenporties onvoorwaardelijke liefde aan, waar ik zelf als eerste van profiteerde.

Laatste fase: Nooit zielig en met een ijzeren wil

Woensdag heb ik de kip opgegeten die ik maandagavond voor je had gekookt. Tot je grote vreugde had je ziekte ervoor gezorgd dat je iedere 4-5 uur natvoer kreeg, dat bovendien bestond uit gekookte scharrelkip en een caloriebom blikje dat alleen aan katten die herstellen van een operatie wordt gegeven. Aangevuld met poeder voor je alvleesklier, poeder voor je darmen, je nier medicijnen, vitamine gel, en de laatste week dagelijks pijnstiller. Al een jaar waren we bezig je lichaam op de rit te krijgen van afwisselend een behandelbare parasiet en een alvleesklieraandoening. Pas de laatste weken was duidelijk dat de twee je schaak mat hadden, nadat je bijna doodging aan de antibiotica die je leven had moeten redden.

Een lang ziekbed. Het klinkt als een nette dalende lijn waarvan iedereen weet waar hij eindigt. Maar lang ziek zijn kent pieken van hoopgevende diagnoses en behandelmogelijkheden, en dalen van verergerende klachten of bijna fatale bijwerkingen. Er zijn momenten van berusting waarop denkt op een kabbelend beekje van chronische ziekte te varen. Tot er weer een nieuwe piek of afgrond opduikt en je als een gek moet bijsturen om er nog wat van te maken. In een lang ziekbed sterf je een duizend doden om even zo vaak weer te herrijzen, en uiteindelijk geclassificeerd te worden als:
Willem was lang ziek.
Nee.
Jij was heel vaak kort ziek. Een dag, een half uur, of één bezoek aan de kattenbak. En daarna ging het weer prima.
Totdat het echt niet meer ging.

Het was maandagochtend, een paar uur voor ik de telefoon zou pakken om je euthanasie te plannen. Ik ving al twee weken vage signalen op maar de meest duidelijke vorm van communicatie zou die ochtend zijn, een uur of 6 s ochtends. Je lag vlak naast mijn kussen en we staarden in elkaars ogen, iets wat een zeer enkele keer voorkwam. Je leek lomer dan anders en ik dacht: die staat dadelijk niet meer op.
Ik aaide je en zei: is t goed geweest Willem? Is t klaar?
Om dit vervolgens als vrij pathetisch te bestempelen toen je gewoon weer opstond. Maar je at je voer met pijnstilling niet op, terwijl je t normaal zo naar binnen tikte. Ik deed het in een spuitje en voerde je de rest. Ook later op de ochtend kwam je eetlust nauwelijks op gang.
Het was tijd.
Om je nog de kans te geven te herstellen, maakte ik er donderdagochtend van. Maandagavond ging het slecht, maar ook toen ging je na een half uur akelig zijn gewoon bij de verwarming liggen, die ik die nacht voor je aan zou houden, en liep je mee naar bed. Je sliep bij mijn voeten.
Tot ik om kwart over vijf wakker werd en t helemaal mis was.

Die laatste uren had ik je graag bespaard, zo graag. Daarom wil een mens toch euthanasie, zodat dit lijden niet hoeft? Maar ik had kunnen weten dat je zelf je tijd zou kiezen. En toen we bij de dokter waren ging je niet dood van de eerste slaap injectie, zoals dat wel gebruikelijk is bij dieren die zo erg verzwakt zijn.
“Het is een gietijzeren poesje,” zei ik tussen mijn tranen door.
Ik aaide en streelde je continu, en sprak lieve woordjes. Vier vrouwen stonden er om je heen. Iedereen moest huilen.

Inmiddels ben ik drie dagen van huilen, dagboekschrijven, vriendschapsbezoekjes aan huis verder. Je ligt opgebaard in de gang, met bloemen en kaarsen om je heen. Iedereen komt mij steunen deze dagen, waarin ik t moeilijk heb en niet teveel alleen wil zijn. En in al die gesprekken en analyses wordt zoveel duidelijk. Hoeveel ik van je hield. Hoe erg wij verbonden waren. En ook dat ik dolgelukkig ben dat ik al die jaren, al dat geld, en die aandacht niet per ongeluk aan een carrière heb besteed. Of aan een man. Niet aan vakanties, een opleiding, of eigen huis. Ik heb alles aan jou en aan Max gegeven, wat een betere investering was dan al het andere. Ik had mij geen betere leraar, geen fijnere partner en geen dankbaarder huisdier kunnen wensen. We zijn tien jaar samen geweest, en t waren de tien mooiste jaren van mijn leven.

We staan nu met jou bij je grafje in een weelderig Engels tuintje. Er huilen weer vier vrouwen, of nou ja, ik in elk geval. Je wordt begraven naast de pergola, tussen de vijgenboom en de papaverbollen. Op je graf komt een rozenstruik. In deze tuin zijn ook de cavia’s van Hanneke en haar kinderen begraven en ook vogeltjes die toevallig hier dood neervallen worden liefdevol in de grond gestopt. Een mooiere laatste rustplaats had ik niet voor je kunnen wensen.

Lieve Willem, ik hou van je.  Rust zacht.

God zegene lieve poesje Willempje.

One thought on “In memoriam

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s